In gesprek over de Antwerpse wooncrisis

“Antwerpen verkeert in een wooncrisis” kopte de GVA. Ook Christel, vrijwilligster bij de budgetgidsen wordt er mee geconfronteerd: “Als we iemand nieuw zien bij de Budgetgidsen, hou ik altijd even mijn hart vast. Pas als ik weet dat de woonsituatie in orde is, weet ik dat we resultaten kunnen boeken. Anders zit de situatie muurvast.”

edf

Wonen in Antwerpen  | In gesprek met Christel en Jamal

De Vlaamse regering is druk aan het werken aan een conceptnota over de private huurmarkt. Af en toe halen enkele voorstellen al de pers. Zoals de idee om de huurwaarborg opnieuw op te trekken naar drie maanden in plaats van de huidige twee maanden.
Wij gingen eens luisteren bij Christel van de Budgetgidsen en Jamal van het team ‘Wonen’ welke gevolgen deze maatregel heeft voor de gezinnen waar zij dagelijks mee in contact komen. Het werd een boeiend gesprek, dat de hele Antwerpse woonproblematiek aankaartte.

Christel valt meteen met de deur in huis: “Als we iemand nieuw zien bij de Budgetgidsen, hou ik altijd even mijn hart vast. Pas als ik weet dat de woonsituatie in orde is, weet ik dat we resultaten kunnen boeken. Anders zit de situatie muurvast.”

De Budgetgidsen is een project van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad vzw. Vrijwilligers proberen de kloof te dichten tussen steun en mensen die steun nodig hebben. Samen met de mensen bekijken ze hun financiële en sociale rechten, of er al gebruik van gemaakt wordt en hoe dit gerealiseerd kan worden.

“We gaan bijvoorbeeld mee naar de huurdersbond als men dat wil. Maar eigenlijk is het niet onze taak om met hen op zoek te gaan naar een nieuwe woning. Toch kan je ze moeilijk laten zitten, ze hebben hulp nodig. En dan zal ik als vrijwilliger toch al eens proberen hen daarbij te helpen. Maar ook wij zitten strop.

Onlangs probeerde ik voor een gezin met vier kinderen te kijken wat de opties waren voor een sociale woning. Er wordt wel eens gezegd dat de wachtlijst 10 jaar is, maar dat blijft dus 10 jaar. Ook na 5 jaar wachten. Ik heb alle sociale woonmaatschappijen bezocht en daar vertelden ze me dat dit gezin eigenlijk geen kansen maakt op een sociale woonst. Er zijn sowieso al heel weinig grote sociale woningen en als er dan al eentje vrijkomt, dan hebben de mensen die al klant zijn voorrang.”

Waarom wil het gezin zo graag uit haar huidige woning? 

De toestand van deze woningen (op de private huurmarkt) is schrijnend. Plaatsgebrek, vochtproblemen, slecht geïsoleerd, verouderd, de basisinfrastructuur die gewoon niet in orde is.
Christel: “Dat beïnvloedt de levens van mensen. Slecht wonen geeft stress en weegt op de relaties onderling. Als je continu met problemen geconfronteerd wordt, zonder oplossing in het vooruitzicht, hoe hard je ook zoekt, legt dat een constante druk op je gezin. Ook voor de kinderen. Als ik zie in welke staat zij hun huiswerk moeten maken, waardoor zij zich niet kunnen concentreren, schrik ik er niet van dat zoveel kinderen hun schooljaar moeten overdoen. Maar ook op het gebied van gezondheid speelt huisvesting een grote rol. Huizen met vocht maken ziek, er is de continue stress, …
Een goede woning is een noodzaak om een goed leven te kunnen leiden. Die mensen vragen geen luxe hé, wel genoeg plaats en een woning die in orde is.”

Ook Jamal wordt dagelijks met dergelijke problemen geconfronteerd: “Hier op het Dam hebben we ooit een permanentiemoment georganiseerd, de Huurzoeker. Mensen kwamen naar ons en we probeerden hen te begeleiden. Maar dat werkte niet. In normale omstandigheden proberen wij de mensen te versterken, om zoveel als mogelijk zelf te doen. Bij woonproblemen zitten mensen al zodanig in een crisissituatie dat zij, als ze hulp komen zoeken, onmiddellijk hulp nodig hebben en heel snel iets willen vinden. Zelfs een-op-een begeleidingen, door Vormingplus zijn gestopt omdat zij op de private huurmarkt niets vonden dat kwalitatief en betaalbaar was. Een sociale woning is zelfs geen alternatief meer, aangezien de wachtlijsten daar steeds langer worden.”

Wat de nota van Homans wil doen, is de balans herstellen tussen rechten van de huurder en de rechten van de verhuurder. Hoe ervaren jullie die balans?  

Jamal: “Tot voor kort hadden we op het dam een project rond woonkwaliteit en vochtproblemen. We gingen er op huisbezoek en hebben zo’n 50 cases begeleid. Op de vraag of we de huisbaas mochten betrekken in de begeleiding, werd zeker tijdens de eerste gesprekken negatief geantwoord. Mensen hebben heel vaak schrik van de verhuurder, uit angst om hun appartement te verliezen. Voor elke woning die te huur staat, zijn er veel kandidaten.”

Christel beaamt dat. “Ik heb onlangs een gezin begeleid waarvan de huisbaas niet ver woonde en die hen vaak tegenkwam. Dat waren mensen met weinig sociale contacten. Stappen nemen tegen de huisbaas omdat de woonst niet in orde was, was dus helemaal niet evident. Dan is het ook logisch dat mensen afhaken om verder stappen te ondernemen en er toch voor kiezen in dezelfde situatie te blijven zitten.”

Zijn er dan instanties, zoals de huurdersbond, die wel opkomen voor de rechten van de huurder, of die hen kunnen helpen bij een moeilijke relatie?  

Jamal: “De huurdersbond is bij de meeste mensen intussen gekend, maar zij vragen 10 euro voor advies, wat de drempel wat hoger maakt. Met Samenlevingsopbouw kunnen we mensen wel gratis doorverwijzen. Toch zijn ook hun mogelijkheden beperkt. Zij kunnen geen individuele begeleiding verzorgen. Wat ze wel doen, is een brief opstellen en deze meegeven met de huurder, die zij dan op hun beurt aan de verhuurder moeten verzorgen. Als de relatie tussen beiden al niet vlot verloopt, is dat geen evidentie. Veel mensen beseffen ook niet dat zo’n brief best officieel is en een relatie tussen huurder en verhuurder ook kan veranderen.
Nadat de brief verstuurd werd, kan er bemiddeling aangevraagd worden. Maar de huisbaas is niet verplicht om daar aanwezig te zijn.

Let op, het bestaan van de huurdersbond is positief: er is een bepaalde ondersteuning en veel mensen worden echt verder geholpen. Maar de problematiek is zo groot, dat het ook daar vaak strop loopt. Bovendien blijf je als huurder toch in een moeilijke positie. Stappen zetten naar de huurdersbond houdt soms ook risico’s in die huurders niet altijd kunnen of durven nemen. Als je echt wil doorzetten, kan er inspectie langskomen. Ook bij het woonkantoor kan je een onderzoek aanvragen, om je woning te laten controleren. Maar zij zijn verplicht om wantoestanden door te geven aan de inspectie. Als er gevaar wordt vastgesteld (elektriciteit of CO bijvoorbeeld) moeten zij een procedure opstarten. Als de eigenaar dan niets onderneemt, kan dat leiden tot een ongeschikt of onbewoonbaar verklaring. In dat geval moeten de huurders dus – al dan niet tijdig – het huis uit. Wie deze stappen wil nemen, moet dus een alternatief hebben en dat hebben de meeste mensen niet.”

De huurwaarborg  

Jamal: “Binnen ons project Collectief Goed, waar we aan oplossingen bouwen voor grote gezinnen in armoede en van andere origine, zien we de inspanningen die mensen moeten leveren voor een huurwaarborg. Een jaar voor zij bij ons kunnen huren, gaan we met hen in traject. Vanaf dag 1 beginnen we te sparen. Een huurwaarborg van twee maanden betekent maandelijks 50 euro opzij zetten. Dat was niet evident, maar het was mogelijk. Als we datzelfde willen doen voor een huurwaarborg van drie maanden, loopt dat bedrag op tot 100 euro, dat is wel problematisch.

Daarom bekijken we nu of we in de toekomst een fonds kunnen creëren om de huurwaarborg te betalen. Maar dan blijft het beperkt tot de mensen die bij ons in het traject zitten. We kunnen dit niet uitbreiden voor heel Antwerpen, terwijl er ook op dat niveau een oplossing moet komen.

Toch bestaan er al goede aanzetten, zoals het huurwaarborgfonds van het OCMW, waar huurders van gebruik kunnen maken om hun huurwaarborg te betalen. Het lijkt me beter om dit fonds uit te breiden, in plaats van de huurwaarborg op te trekken en banken te overtuigen om hier een lening voor toe te staan. Het huurwaarborgfonds bestaat momenteel enkel voor leefloners en is afhankelijk van het conformiteitsattest van de woning. Enkel wanneer de woonst volledig in orde is, kan je er beroep op doen. Uiteraard is het goed van de stad om te streven naar kwalitatieve woningen. Maar op deze manier worden het recht op wonen gekoppeld aan de kwaliteit van de woning en dat speelt in het nadeel van huurders in een maatschappelijk kwetsbare positie. Zij kunnen die kwaliteit niet afdwingen van de eigenaar. Onze vraag is simpel. Laat de mensen gewoon huren en stimuleer verhuurders daarna om hun woning in orde te brengen. Want ook hier zit je met tientallen andere huurders die klaarstaan, waardoor de verhuurder zal kiezen voor de kandidaat die de waarborg meteen – en in sommige gevallen zelfs cash – op tafel kan leggen.”

Kan dat zomaar? 

Christel: “Normaal moet een huurwaarborg gaan via een geblokkeerde rekening. Maar dat wordt niet gecontroleerd. In bepaalde gevallen gebeurt het dus nog steeds cash, om die vraag naar conformiteit van het OCMW te omzeilen. Dat geeft uiteraard problemen als de mensen weer willen vertrekken. Verhuurders die, zonder plaatsbeschrijving beweren dat er zaken stuk gaan. Het is moeilijk om op deze manier het geld, dat eigenlijk van jou is, terug te krijgen. Ook qua timing zijn er vaak problemen. Je moet al heel snel de nieuwe waarborg kunnen geven, terwijl je het geld van de vorige helemaal niet snel terugkrijgt.

Vaak zijn mensen ook blij dat ze zo snel iets gevonden hebben, dat ze dan maar instemmen met het cash geven. Pas achteraf duiken de problemen op. Hier zijn duidelijke en wettelijke maatregelen voor nodig.”

Jamal vult aan: “Bijkomend probleem is de bestaande discriminatie op de huurmarkt. We hebben het al verteld, door het kleine aanbod zijn er telkens veel kandidaten om een appartement te huren. De eigenaar moet dus een keuze maken. Maar bewijs dat eens, het verschil tussen een willekeurige selectie door de verhuurder en discriminatie. Voor hen geldt dat nog harder: liever gewoon slecht wonen dan dakloos worden zonder alternatief.”

Ook de partijgenoot van Homans en Antwerps schepen van wonen, Fons Duchateau kwam onlangs in de media met enkele standpunten rond wonen. Om starters en rijke middenklasse aan te trekken, wil hij de Antwerpse bouwcode zo hervormen dat huizen kleiner dan 300 m2 niet meer omgevormd kunnen worden tot appartementen. 

Jamal: “Het gevaar bestaat dat door dit soort maatregelen opnieuw een groep mensen uitgesloten wordt, die nu nog minder kansen krijgt op de private huurmarkt. Omdat er minder aanbod zal zijn, maar ook omdat het SVK (sociaal verhuur kantoor) dat zich richt op bepaalde groepen en met kleine en goedkope appartementen, haar patrimonium niet zal kunnen uitbreiden.

Ook voor ons wordt het zo wel heel moeilijk om een stem te geven aan de mensen in maatschappelijk kwetsbare positie. Bij oplossingen worden wij onvoldoende gehoord. Een voorbeeld: de huurwaarborg van het OCMW werd gestart in Antwerpen Noord en Borgerhout en werd daarna uitgebreid naar de hele stad, helaas zonder eerst een goede evaluatie te voeren met het middenveld. Nochtans kunnen wij uit de praktijk punten tot verbetering aangeven.

https://samenlevingsopbouw-antwerpenstad.be/nieuws/de-antwerpse-wis-een-gesprek/

Advertenties

Reacties met respect voor het verhaal zijn welkom.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s