Cohousing Curant: jonge nieuwkomers en Antwerpenaren samen onder een dak

Artikel uit Gazet van Antwerpen, 06/02/2017:

Cohousingproject stelt eerste bewoners Ahmad en Lisa voor

Cohousingproject stelt eerste bewoners Ahmad en Lisa voor
De stad Antwerpen en het OCMW Antwerpen hebben maandag het officiële startschot gegeven voor het cohousingproject CURANT. In dit vernieuwende project delen jonge nieuwkomers en jongeren gedurende minstens een jaar een appartement of woning. “Door met een leeftijdsgenoot samen te huizen, integreren de nieuwkomers zich gemakkelijker en leren ze sneller Nederlands”, aldus de stad.

In het cohousingproject CURANT wonen jongeren minstens een jaar samen onder een dak met een jonge nieuwkomer: een erkende vluchteling of subsidiair beschermde jongere (tussen 17 en 21 jaar) die zonder ouders in België is. Ze hebben elk een eigen kamer en delen een aantal gemeenschappelijke ruimtes. Zowel de buddies als de nieuwkomers krijgen intensieve begeleiding.

In totaal begeleidt OCMW Antwerpen binnen CURANT 135 jonge nieuwkomers over een periode van drie jaar. “Een woning delen is voor beide groepen voordelig, want zowel de jonge nieuwkomers als de jongeren hebben nood aan een betaalbare woning. De nieuwkomer kan bij zijn buddy terecht met vragen over administratie, spreekt elke dag Nederlands met zijn huisgenoot, leert sneller een sociaal netwerk opbouwen enzovoort”, aldus OCMW-voorzitter Fons Duchateau.

250 euro

Het OCMW koopt, renoveert, bouwt en huurt woningen in Antwerpen speciaal voor dit project en verhuurt ze voor 250 euro per persoon aan de buddy en nieuwkomer. De eerste twee woningen in Borgerhout zijn ondertussen klaar. “Het gaat om twee appartementen met twee slaapkamers en een gedeelde keuken, woonkamer en badkamer. Het eerste cohousing-duo, Ahmad en Lisa, heeft de sleutels al gekregen en is vorige week verhuisd. Het tweede duo verhuist midden februari.”

“Ik heb het gevoel dat ik goed kan praten met Lisa. Zij kan me Nederlands leren. Samen koken, joggen, schaatsen, tv of film kijken, dat zie ik wel zitten”, zei Ahmad. “Ik vind integratie niet enkel een taak van de overheid. Ook wij als burger hebben onze verantwoordelijkheid. Toen ik over het project hoorde op de radio, was ik dan ook meteen verkocht”, reageerde Lisa.

Inschrijven kan nog

De niet-begeleide jongvolwassen vluchtelingen stromen door vanuit de Antwerpse Opvangcentra, de OKAN-klassen, Atlas, de voogden en andere organisaties. Voor hun huisgenoten zoekt het OCMW geëngageerde jongeren die tussen 20 en 28 jaar oud zijn en geen strafblad hebben. Geïnteresseerde vrijwilligers kunnen zich inschrijven via www.cohousing-curant.be. Op 16 februari organiseert Vormingplus een infosessie voor de eerste kandidaten.

CURANT is de afkorting van ‘Cohousing and case management for Unaccompanied young adult Refugees in ANTwerp’. Het Urban Innovative Actions-fonds van de Europese Commissie koos het project van stad en OCMW Antwerpen (samen met enkele andere projecten) uit 378 voorstellen van Europese steden.

http://www.gva.be/cnt/dmf20170206_02715635/cohousingproject-stelt-eerste-bewoners-ahmad-en-lisa-voor

Artikel uit MO* – Marlies Van Coillie . 29 januari 2017: 

Het OCMW Antwerpen stelde op 6 februari het project Cohousing Curant voor. Samenhuizen met een jonge erkende vluchteling wordt hierdoor mogelijk en dat bevordert hun integratie.© OCMW Antwerpen (François De Heel)

Een erkende vluchteling viert zijn achttiende verjaardag. Als geschenk voor zijn net verworven onafhankelijkheid verliest hij normaliter een deel van zijn ondersteuning. OCMW Antwerpen biedt nu met de lancering van Curant (Cohousing and case management for Unaccompanied young adult Refugees in ANTwerp) een extra jaar. Het cohousingproject tracht zo de brede ondersteuning te verlengen.

Jongvolwassenen die zonder ouders toekomen in België ‘verdwijnen vaak in de anonimiteit van de stad Antwerpen’, zegt de woordvoerder van de OCMW-voorzitter Fons Duchateau (N-VA). Samenhuizen met een jonge Antwerpenaar zou hen helpen een sterker netwerk uit te bouwen, waarop ze kunnen terugvallen bij hun verdere volwassene leven.

‘Vogels voor de kat’

Curant ontstond niet uit het niets. ‘Het voldoet aan de behoefte die we zien in het veld. Van de erkende vluchtelingen in Antwerpen, zijn velen niet-begeleide minderjarigen. Zoals iedere puber zijn het vogels voor de kat. Een vangnet creëren is de boodschap. Het voorzien van psychologische begeleiding, een voogd en OKAN (Onthaalklas anderstalige nieuwkomers) helpt. Maar op hun achttien moet je ze loslaten. Ze ontvangen hun leefloon en moeten hun plan trekken.

‘Wat de net meerderjarigen ontberen is een netwerk van vrienden’

Wat de “net-meerderjarigen ontberen” is een sterk netwerk. De jongeren voelen zich veelal aangetrokken tot het netwerk van hun eigen gemeenschap wat vaak een netwerk van armoede is’, zegt de woordvoerder aan MO*.

Reden genoeg om de zaken anders aan te pakken. Curant ziet in samenhokken met een Antwerpse jongere, een buddy, een oplossing. Het kan de integratie van de vluchteling bevorderen. Ze reiken enkele voorbeelden aan. Zo kan hij zich richten naar zijn buddy bij administratieve vragen, biedt het project de mogelijkheid dagelijks Nederlands te spreken en geraakt hij vertrouwd met de gebruiken van alledag. Het resultaat, zo gelooft Curant, is een sterker sociaal netwerk.

‘Cohousing is maar de helft van het verhaal’, laat de woordvoerder weten. ‘Het project omvat ook aanvullende begeleiding voor de vluchtelingen tussen de achttien en twintig. Curant fungeert als een koepelnaam waar verschillende diensten samenkomen. Vormingplus, Atlas, JES vzw, Solentra en Cemis (Centrum voor Migratie en Interculturele studies) van de Universiteit Antwerpen vullen elkaar aan. De regie ligt bij OCMW Antwerpen.’

Win-win

Op papier is een blanco strafblad en een leeftijd tussen 20 en 28 jaar voldoende om buddy te worden. In praktijk is het sociaal engagement de bepalende factor. ‘Zo komt bijna iedereen binnen die leeftijdscategorie in de aanmerking om deel te nemen aan de selectie. We hebben bewust zoveel speling gelaten. Eenieder krijgt zo de kans in het project te stappen’, klinkt het.

‘Tot nu toe hebben we een twintig- tot dertigtal buddy’s en ook de vluchtelingen zijn over het algemeen enthousiast.’

‘Tot nut toe hebben we een twintig- tot dertigtal buddy’s en ook de vluchtelingen zijn over het algemeen enthousiast. Hier moet wel bij gezegd worden dat niet iedereen in aanmerking komt. Zij die op korte termijn aanspraak maken op gezinshereniging, kunnen geen woning huren binnen het project’, geeft de woordvoerder aan.

Zich opgeven als buddy speelt ook in eigen voordeel. OCMW Antwerpen stelt het voor als een win-winsituatie. Voor het luttele bedrag van 250 euro per maand kan men de woonst intrekken. Dat geldt zowel voor de vluchteling als voor zijn compagnon. ‘Al zullen de “buddy’s” die het louter doen voor het geld de selectie niet halen’, aldus Duchateaus woordvoerder.

OCMW Antwerpen gaat zelf op huizenjacht. ‘Het is niet zo dat we identieke woonplaatsen voorzien. Dat kan zowel een appartement zijn als twee studio’s op eenzelfde verdiep. Afhankelijk van het aanbod koopt, renoveert of huurt het OCMW de woningen. De huurprijs van 250 euro daarentegen staat vast.

Het streefdoel is 75 duo-plaatsen tegen het einde van deze legislatuur. Bij een blijvende crisis kan een tekort aan woningen zich snel voordoen. 75 hoeft echter geen einddoel te zijn. De omgekeerde redenering gaat ook op. Als de crisis afneemt, dreigt leegstand. De panden kunnen dan worden ingezet binnen de daklozenwerking.’

Vallen en opstaan

‘Op 27 januari ontvangt het eerste duo hun sleutel’

‘Eind deze maand ontvangt het eerste duo hun sleutel’, verklapt de woordvoerder. Een uitdaging staat hen te wachten. Gedurende een jaar samenleven onder een dak, is niet evident. Het moet klikken tussen beide. Vormingplus zoekt en screent de vrijwilligers.

‘Daarna zoeken we naar matches. Er wordt gekeken naar gedeelde interesses, de motivatie van de buddy,… en alvorens ze samenhuizen ontmoeten ze elkaar. We moedigen hen aan om met elkaar kennis te maken. Zo leert de buddy ook meer over de achtergrond van de vluchteling.’

Op de vraag wat ze gaan aanvangen wanneer de twee elkaar in de haren vliegen, luidt het antwoord: ‘We veroordelen mensen niet tot elkaar. Het is de logica zelve dat we op dat moment iemand anders zoeken. Nee, we hebben hier geen vaste procedure voor. Als het probleem zich voordoet, zullen we reageren. Het is de eerste keer dat een dergelijk project wordt opgezet. Met vallen en opstaan, zal onze aanpak zich verfijnen.’

Voor bepaalde scenario’s zijn er wel al voorbereidingen getroffen. Zo knoopte de stad Antwerpen al een samenwerkingsverband aan met het Roze Huis Antwerpen. Indien een vluchteling uit de kast komt, kan deze terecht bij het Roze Huis.

Een lot uit de loterij

Waarom OCMW Antwerpen nu naar buiten komt met het project? De opportuniteit bood zich aan toen het UIA (Urban Innovative Actions)-fonds van de Europese commissie het selecteerde uit 378 voorstellen.

De subsidie bedraagt vijf miljoen euro, een serieuze hap uit het kostenplaatje van 6 117 879 euro. Het OCMW en de partners schieten zelf de overige twintig procent bij.

Een onderzoek van het Europees Integratiefonds uit 2014 toont aan dat niet-begeleide vluchtelingen sneller de schoolbanken verlaten zonder dat ze een diploma op zak hebben. Ze lopen ook een groter risico om voor lange tijd af te hangen van sociale bijstand. Dat bericht OCMW Antwerpen.

‘Het project geeft hen in ieder geval wat extra tijd in hun weg naar zelfstandigheid.’

Of het project resulteert in een betere integratie van de jongvolwassenen? Of het hen effectief uit de armoede haalt? Cemis zal de impact van het samenhuizen meten en vervolgonderzoek op vlak van integratie verrichten. Verder zal de toekomst het uitwijzen.

‘Het project geeft hen in ieder geval wat extra tijd in hun weg naar zelfstandigheid. Door het samenhuizen met een jonge Antwerpenaar kunnen ze hun eerste ervaring in de echte wereld met iemand delen. Daarna stopt het. Dan zijn ze toegewezen op zichzelf. Ze kunnen dan nog aanspraak maken op de standaardvoorzieningen die het OCMW aanbiedt’, besluit de woordvoerder.

Het project loopt over een periode van drie jaar. Minstens 75, maximaal 135 nieuwkomers zullen hierin meedraaien.

http://www.mo.be/nieuws/nieuwkomer-en-antwerpenaar-binnenkort-samen-onder-een-dak

Meer info over het project op de website van de Stad Antwerpen en van het OCMW van Antwerpen:

https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/cohousing-curant-1/nieuws-185

http://ocmw.antwerpen.be/ik-zoek-hulp/wonen/cohousing-curant-antwerpse-jongeren-en-jonge-vluchtelingen-samen-onder-een-dak

‘Elke week 80 tot 250 uithuiszettingen in Vlaanderen’

‘Elke week 80 tot 250 uithuiszettingen in Vlaanderen’

Elke week worden 80 tot 250 mensen uit huis gezet in Vlaanderen. Dat schrijft Jana Verstraeten, onderzoekster aan de KU Leuven en OASES (Universiteit Antwerpen) in het januarinummer van De gids op maatschappelijk gebied (beweging.net).

Exacte cijfers zijn niet voorhanden, maar door een aantal gegevens te combineren van een zestigtal organisaties kwam de onderzoekster tot de bovenstaande vork.

De oorzaak van die uithuiszettingen is volgens Verstraeten relatief eenvoudig: bij de laagste inkomens op de private huurmarkt houden liefst negen op de tien na het betalen van de huur onvoldoende geld over om een menswaardig leven te kunnen leiden. Alarmerend is dat de cijfers stijgen. Cijfers van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) tonen dat het aantal opgestarte procedures tot uithuiszetting tussen 2008 en 2013 toenam.

In 2008 tikte de teller af op 10.780, vijf jaar later startten 12.958 verhuurders een procedure op. Volgens de VVSG leiden negen op de tien procedures effectief tot een uithuiszetting.

Op de sociale woonmarkt is het probleem veel beperkter (10 procent van het totale aantal procedures), maar stijgt het aantal procedures tot uithuiszetting ook: van 896 in 2008 tot 1.539 in 2010.

Groen vindt dat Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans dringend moet ingrijpen. “Ze moet de huurwet dringend evalueren en aanpassen zodat de huurmarkt opnieuw betaalbaar kan worden”, zegt Vlaams parlementslid An Moerenhout. “Daarnaast moet minister Homans ook investeren in het renoveren en bouwen van sociale woningen. Heel wat sociale huurders bevinden zich vandaag immers noodgedwongen op de private huurmarkt omdat er te weinig sociale woningen voorhanden zijn.”

Sp.a meent dan weer dat Homans de uithuiszettingen perfect kan vermijden. “Moedig verhuurders aan om zich aan te sluiten bij het huurgarantiefonds, of verplicht het desnoods”, zegt Vlaams parlementslid Michèle Hostekint. “Dat fonds is opgericht om tussen te komen wanneer mensen hun huur niet meer kunnen betalen. Alleen heeft de minister geen enkele moeite gedaan om er enige bekendheid aan te geven.”

Netwerk tegen Armoede: ‘Symptoom van aanhoudende Vlaamse wooncrisis’

De Vlaamse regering moet investeren in een huurmarkt die meer betaalbare en kwaliteitsvolle woningen biedt. Dat zegt het Netwerk tegen Armoede in een reactie op het bericht dat er elke week 80 tot 250 mensen uit huis gezet worden in Vlaanderen.

Volgens het netwerk is het toenemende aantal uithuiszettingen vooral een symptoom van de Vlaamse wooncrisis, “die al jaren woedt en steeds verder om zich heen grijpt”. Die crisis wordt gekenmerkt door onder meer een krapte op de private huurmarkt, een acuut tekort aan sociale woningen en fors stijgende energieprijzen, klinkt het. “Die doen steeds meer huurders de das om, waaronder ook steeds meer gezinnen met kinderen.”

Het Netwerk tegen Armoede roept de Vlaamse regering en de bevoegde ministers (van Wonen en Armoedebestrijding Liesbeth Homans en van Energie Annemie Turtelboom) op om snel maatregelen te nemen om de crisis te bestrijden. Het pleit bijvoorbeeld voor de herinvoering van een pakket gratis elektriciteit voor mensen met recht op een verhoogde tegemoetkoming, voor de versnelde bouw van sociale woningen en voor een uitbreiding van de huursubsidies voor de meest kwetsbare huurders. “Investeren in de strijd tegen de wooncrisis is dringend nodig. Anders dreigt de maatschappelijke kost (uithuiszettingen, schuldhulpverlening, gezondheidsproblemen door gebrekkige woonkwaliteit …) vele malen hoger uit te vallen”, besluit het Netwerk tegen Armoede.

(Belga)

Uit Knack: 11/01/2016

Tienduizenden gezinnen zien hun budget opgaan aan energierekeningen, nog voor ze aan renoveren kunnen denken.

‘De Vlaamse regering wil tegen 2050 alle woningen energieneutraal hebben. Maar zonder flankerende financiële ondersteuning op maat zal dat echter nooit lukken’, schrijft Natan Hertogen van Samenlevingsopbouw Gent.

knack

© Getty Images/iStockphoto

Twee jaar geleden engageerden meer dan 30 sectororganisaties zich om actief mee te werken aan de uitwerking van het Renovatiepact. In tien verschillende deelwerven werden de fundamenten gelegd voor een renovatiebeleid waarmee onze regio de 21ste eeuw in kan. Om iedereen aan het verbouwen te krijgen, wordt een professioneel renovatieadvies de norm en krijgt elke woning een woningpas. Vandaag wordt op een studiedag de tussentijdse balans opgemaakt.

‘Tienduizenden gezinnen zien hun budget opgaan aan energierekeningen, nog voor ze aan renoveren kunnen denken’

In het kader van het renovatiepact lanceerde Vlaams minister van energie, Bart Tommelein, deze zomer het woord “benoveren”. Beter renoveren, wil dat zeggen. Dat zal nodig zijn, want de Vlaamse regering wil dat tegen 2050 elk huis energiezuinig is. Maar elk huis, dat is benoveren voor iedereen. Ook de huurders en eigenaars zonder investeringsmiddelen die wonen in die 350.000 Vlaamse woningen met grote structurele gebreken. Feit is dat de renovatiegraad voor zowel sociale huurwoningen als op de private huurmarkt veel te laag ligt. Hierdoor huren tienduizenden gezinnen (halve) krotten tegen een veel te dure huurprijs . 120.000 van deze huurders staan op de wachtlijst voor een sociale woning, maar ook daar kunnen ze terecht komen huizen die qua energieverbuik lijken op een vergiet. En dan zijn er nog de 119.000 Vlaamse noodkopers. Een grote, weinig gekende groep. Deze mensen worden (of blijven) eigenaar van een ondermaatse woning om aan de huurmarkt te ontkomen.

Voor al deze mensen is wonen behoorlijk oncomfortabel, met hoge energiekosten (of veel dikke-truien-dagen). Ze hebben al zeker geen geld op overschot om hun woning ook nog behoorlijk te renoveren. Om de slechte woningen uit de woningmarkt te krijgen, moet het renovatiepact gebenoveerd worden.

De olifant in de kamer

Energiezuinig renoveren kost geld. De gegoede middenklasse kan dat veelal betalen, gesterkt door de woonbonus, energieleningen en een uitgebreid pakket aan Vlaamse en lokale premies. Maar dat is helemaal niet iedereen. Het kan toch niet dat we tot in 2050 (meer dan) 350.000 energieverslindende woningen zomaar laten staan? Bewoond dan nog.

Iedereen weet dat we als gemeenschap middelen moeten vrijmaken, willen we het Renovatiepact écht doen slagen voor iedereen. En daar wringt het schoentje. Het is de spreekwoordelijke olifant in de kamer. We lopen er rondjes omheen en botsen er tegen aan, maar spreken er niet graag over. We zullen moeten investeren.

‘Steeds meer lijkt ons vermoeden bevestigd: niet investeren valt ons als samenleving nog veel duurder uit.’

Wat als we niet investeren? In de eerste plaats blijven dan tienduizenden gezinnen – letterlijk – in de kou staan. Zonder hulp van buitenaf gaat hun budget al op aan energierekeningen, nog voor ze zelfs over investeren in de woning kunnen denken. Nochtans vallen uitgerekend hier, in de slechtst geïsoleerde huizen, de grootste (energie-)winsten te rapen. En dit is maar het topje van de ijsberg. Studies uit het VK bevestigen dat mensen in oude huizen sneller ziek worden (en zelfs sneller sterven)en mensen vaker mentale klachten hebben. Ook schoolprestaties en de arbeidsmarkt verliezen bij mensen die in slechte omstandigheden wonen. Steeds meer lijkt ons vermoeden bevestigd: niet investeren valt ons als samenleving nog veel duurder uit.

Terugverdieneffecten genoeg

Wat als de overheid wél stevig zou investeren in een grote woningrenovatiegolf? Gaat Vlaanderen dan niet binnen de kortste keren op de fles? Nee. Om te beginnen halen we de klimaatdoelstellingen en kunnen we ons de aankoop van heel wat propere lucht uitsparen. Voorts rekende KPMG in 2014 nog uit dat door het verviervoudigen van het aantal renovaties de overheid een kleine 700 miljoen rijker zou zijn. Investeren in renovaties verdient zich immers terug door extra tewerkstelling, de BTW op de werken en materialen, onroerende voorheffing,… De winst van investeren is dus behoorlijk groot. Niet alleen op menselijk vlak, maar ook gewoon puur financieel.

(Slim) investeren dus

Maar om op grote schaal te investeren in renovatiemiddelen, is veel geld nodig. De budgetten moeten dus stevig opgetrokken worden. Heel stevig. En het beleid moet zich prioritair richten op de slechtste woningen. We moeten niet enkel meer, maar ook slim investeren. Het is ons voorstel om de bestaande budgetten aan te vullen met nieuwe vormen van voorfinanciering zoals bijvoorbeeld subsidieretentie. Hierbij voorzie je voor een gezin een stevig renovatiebudget van € 30.000, maar spreekt af dat het bedrag terugbetaald wordt bij verkoop van de woning. Klinkt duur? Anders dan de honderden miljoenen van de Vlaamse woonbonus, gaat het hier over geld dat terugkeert naar de overheidskas. De financiële efficiëntie ten top met als bonus een sociaal beleid en het behalen van de vooropgestelde klimaatdoelstellingen. Beter renoveren dus. En dat willen we toch allemaal?

Natan Hertogen, Wannes Starckx (Samenlevingsopbouw), Trui Maes (CLT Gent vzw), Ann Van Hoof (SIVI), Koen Claes (Domus Mundi), Alexis Versele (KULeuven)

*Samenlevingsopbouw werkt al jaren voor en met kansengroepen en is dit najaar betrokken bij drie studiedagen rond wonen en energie.

** Samenlevingsopbouw Gent, Domus Mundi en SIVI zijn partners in het project Dampoort KnapT OP!. In dat project voorziet OCMW Gent een renovatiebudget van € 30.000 voor 10 noodkopers uit de Dampoortwijk.

 

Uit: Knack,  16/12/16

Na actie ‘Immo Bling Bling’ van armoedeverenigingen in Mechelen: discussie over betaalbaar wonen in de gemeenteraad

Immo Bling Bling

Van 17 tot 23 oktober 2016 kon je in de Mechelse hoofdbibliotheek terecht om het gloednieuwe IMMO Bling Bling te bezoeken.

DSC_0005.JPG

Op maandag 17 oktober van 11u tot 13u werd het kantoor officieel geopend. Hiervoor vertrokken twee armoede verenigingen, De Lage Drempel vzw en De Keeting vzw vanuit hun “huis” naar de bibliotheek, in stoet. Iedereen verzamelde voor de deur, werd verwelkomd met een kom soep en kon het ‘immokantoor’ bezoeken. Klik op deze link voor meer info over het ‘Immokantoor Bling Bling’: immoblingbling01immoblingbling02

Naast de verschillende Immo-panelen werd er een film vertoond van een huis in Mechelen dat quasi onbewoonbaar is, maar waar wel in geleefd wordt.

Nadien was de expo nog een hele week toegankelijk voor alle mogelijk geïnteresseerden. Alle bibliotheek bezoekers werden ook langs de expo geleid. Een aantal scholen bezochten eveneens de expo.

Deze actie en tentoonstelling is een initiatief van Geknipt, een Mechels armoedesamenwerkingsverband, dat het recht op menswaardig wonen onder de aandacht wenst te brengen. Geknipt bestaat uit Welzijnszorg, De Keeting, de Lage Drempel, Straathoekwerk Mechelen, beweging.net, Op!sinjoor en Vormingplus regio Mechelen. Met de steun van OP.RECHT.MECHELEN, Stedelijke Openbare Bibliotheek en Stad Mechelen.

Nadien kreeg de actie nog een staartje in de gemeenteraad, dit kwam  aan bod in onderstaand artikel in Gazet van Antwerpen op 26/10/2016 :

http://m.gva.be/cnt/blmsi_02540340/na-actie-armoedeverenigingen-discussie-over-betaalbaar-wonen

Na actie armoedeverenigingen: discussie over betaalbaar wonen

Op de Gemeenteraad werd dinsdagavond anderhalf uur lang gediscussieerd over betaalbaar wonen. Dat nadat armoedeorganisaties vorige week actie voerden om de “toenemende woonnood” in de stad aan te kaarten.

Kristof Calvo (Groen) zette het debat in gang. Hij kreeg vervolgens bijval van Johan De Vleeshouwer (sp.a), die “uitermate blij was dat iemand uit de meerderheid het belangrijke thema eens op de agenda plaatste.” Al kwamen beide spelers nadien wel tegenover elkaar te staan.

De belangrijkste vraag van Calvo: of het geen tijd wordt om de opstart van het Mechelse Sociaal Verhuurkantoor te versnellen? “Het SVK is een belangrijke hefboom voor succes op korte termijn. Het is het moment om dat kantoor nu in gang te zetten”, aldus Calvo, die vindt dat het thema wonen op de agenda moet blijven staan. “Maar we mogen niet vergeten dat Woonpunt Mechelen bezig is met die gigantische renovatiegolf. De vorige legislatuur was er een principiële bouwstop van sociale woningen, nu worden er terug wat eenheden gecreëerd.”

Meer sociale woningen?

Ook bij de oppositie willen ze dat de stad meer doet met het SVK. “Met een actief patrimoniumbeleid”, zegt raadslid De Vleeshouwer (sp.a). “Begin deze legislatuur heeft de stad een 50-tal woningen verkocht. Deze week werd er nog een huis verkocht in de Kalverenstraat. Dat zijn allemaal gemiste kansen voor het SVK, en woningen die uit de huurmarkt verdwijnen.”

Volgens de socialisten, die ook de private huurmarkt versterkt willen zien, zijn er meer dan 500 extra sociale woningen nodig tegen 2025. “We moeten naast een renovatieplan ook werk maken van een capaciteitsplan. Over de partijgrenzen heen, in meerderheid en oppositie. Voor ons zijn daar geen dogma’s.”

Beter, niet meer

Schepen van wonen Geypen (Open Vld) wees op “een dubbelzinnigheid”. “Er is in Mechelen nog nooit zoveel geld geïnvesteerd in sociale woonprojecten, maar dat gebeurt voor het verhogen van de woonkwaliteit”, zegt Geypen. “De woonkwaliteit is slecht, daar moeten we aan werken.  Door het debat van ‘meer, meer, meer woningen’ is dat probleem ontstaan.”

Volgens Geypen is het Mechelse SVK – dat zich afscheurde van Bonheiden, Duffel en Katelijne – klaar om nieuwe stappen te zetten. “Er ligt de komende drie jaar elk jaar 125.000 euro klaar. Maar het is nu te vroeg om daar een grote campagne rond op te zetten, we willen dat de structuur eerst stevig staat”, zegt Geypen, die nog aankondigde dat samen met IGEMO een projectvoorstel ingediend is bij de provincie om eigenaars van lege panden binnen deze problematiek actief op te zoeken.

Door Marijn Sillis, Gazet van Antwerpen, 26/10/2016

DSC_0005.JPG

De conferentie ‘de winst van goed wonen’ was een groot succes! De powerpoints uit het plenaire gedeelte vind je hieronder.

Beste,

De conferentie ‘de winst van goed wonen’ vorige donderdag was een groot succes.  De Studio barstte uit zijn voegen, wat de interesse voor het thema illustreert.  Inhoudelijk hadden we een sterk plenair gedeelte en de inbreng in de 4 werkgroepen van praktijkwerkers was groot.  De kunst is nu om al dit materiaal te verwerken.  Zoals meermaals aangehaald, is de conferentie een startpunt.

Veel mensen vroegen naar de powerpoints uit het plenaire gedeelte van Katleen Van den Broeck en Maarten Loopmans.

Je vindt ze hier:

Powerpoint Katleen Van den Broeck rond cijfers rond huren aan de onderkant:

ppt-katleen-van-den-broeck

Powerpoint Maarten Loopmans rond onderzoek dat totnutoe gevoerd is rond dit thema:

ppt-maarten-loopmans

De foto’s vind je hier:

Conferentie 'De winst van goed wonen'

Bij gebruik foto’s,  copyright vermelden van de fotograaf:
© Walter Busschots.

De verslagen van de 4 werkgroepen arbeid, onderwijs, gezondheid en juridische dienstverlening volgen later.

Woon-groet.

De armoedebarometer slaat rood uit.

logo-decenniumdoelen

Decenniumdoelen, een actieve samenwerking van 13 middenveldorganisaties, stelde voor de negende keer op rij de armoedebarometer op. Armoede stijgt opnieuw in Vlaanderen. Vooral eenoudergezinnen en mensen met een migratieachtergrond gaan erop achteruit. De kloof tussen arm en rijk qua gezondheidszorg groeit en laaggeschoolden hebben amper uitzicht op een beter leven. Een recordaantal  van 120.500 Vlamingen staat op de wachtlijst voor een sociale woning.

Meer dan ooit is er nood aan een daadkrachtig beleid om armoede geen kans te geven.

Leest het artikel hier. 

 

Opinie: deze wooncrisis kan je alleen oplossen met crisismanagement + Woningnood bij asielzoekers: “Niemand wil verhuren aan mensen zoals wij”

Vertegenwoordigers van diverse organisaties, waaronder Netwerk tegen Armoede en het Vlaams Huurdersplatform luiden de alarmbel over de wooncrisis die groter wordt naarmate steeds meer erkende vluchtelingen op de woningmarkt terechtkomen.

demorgen-crisis

Mohamed Dubl en Amina Husein in hun huurwoning. ©Tim Dirven

Eind juni verslikten velen van ons zich in hun koffie. De minister van Wonen, Liesbeth Homans (N-VA), vertelde onomwonden dat ze geen weet had van huisvestingsproblemen voor erkende vluchtelingen. Groot was de verbazing bij alle organisaties, medewerkers, onderzoekers en vrijwilligers die al jaren de nijpende woonproblemen benoemen. De wooncrisis waar we mee kampen is immers niet ontstaan met de instroom van vluchtelingen, maar treft al jaren vele tienduizenden burgers.

Het is allesbehalve een geheim dat veel mensen zich in een kwetsbare woonpositie bevinden. De verhoogde instroom van erkende vluchtelingen doet de druk op de woningmarkt nog extra toenemen. ‘Velen komen onherroepelijk op straat terecht’, zo lazen we afgelopen zomer zonder franjes in de kranten. Voor elk individu of gezin dat erin slaagt een stabiele oplossing te vinden, blijft er een veelvoud in de kou staan. Hier en daar een winnaar, maar vooral verliezers. Toch is er volgens de minister geen vuiltje aan de lucht. Ook de OCMW-voorzitter van de grootste Vlaamse stad gaf te kennen dat hij niets extra wil doen om de zoektocht naar een woonst makkelijker te maken voor vluchtelingen. Met de kop in het zand is het moeilijk oplossingen te zien.

Crisismaatregelen nodig

Net voor de zomer keurde de Vlaamse regering de ‘conceptnota private huur’ goed. Daarin vinden we een aantal maatregelen terug die het betaalbaar en kwaliteitsvol aanbod op de private huurmarkt omhoog kunnen stuwen. Ook een aantal andere initiatieven, zoals extra middelen voor de gemeenten, meer budget voor het bouwen van sociale woningen en een stijging van de huursubsidiemiddelen zijn prima ondersteunende initiatieven op lange termijn. Alleen is het crisis vandaag. Een crisis los je op met ferme inspanningen en crisismanagement. In tijden van crisis volstaat een conceptnota niet.

Het middenveld recht in elk geval de rug. Tal van initiatieven werden en worden opgezet. In verschillende organisaties zijn enthousiaste, geëngageerde vrijwilligers en medewerkers aan de slag gegaan. Maar er is geen wondermiddel. Woningen komen niet uit de lucht gevallen. Als we precaire woonsituaties willen bannen en dak- en thuisloosheid willen bestrijden, dan moeten we nu actie ondernemen. Er liggen wel degelijk een paar oplossingen voor de hand.

Oplossingen bestaan

Leid mensen actief toe naar huursubsidies, sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen. Maak de bestaande mogelijkheden toegankelijker zodat meer mensen er gebruik van kunnen maken. Dat vraagt onder meer om een snelle en substantiële budgetverhoging.

Heel wat woningen en appartementen staan langdurig leeg. Met beperkte herstellingen en renovaties kunnen veel van deze gebouwen snel woonklaar gemaakt worden. Een actief leegstandsbeleid kan het woningaanbod op zeer korte termijn aanzienlijk uitbreiden.

Wanneer de druk het hoogst is, moeten de meest vernieuwende ideeën een kans krijgen. Moeten we niet volop durven inzetten op nieuwe woonvormen en modulair bouwen? Kunnen we eindelijk de wettelijke drempels wegwerken die samenhuizen ontmoedigen en zelfs verhinderen?

De sociale huurmarkt is de plek bij uitstek waar de meest woonbehoeftigen een oplossing moeten vinden. Helaas stellen we vast dat deze onvoldoende afgestemd is op de noden van vandaag. Slechts 5 procent van de toewijzingen moeten voorbehouden worden voor precaire doelgroepen zoals daklozen en instellingsverlaters. Samen met de Vlaamse Woonraad vragen we de lokale besturen om dit percentage te verhogen.

Bovendien houden voorrangsregels voor mensen met lokale binding geen rekening met de woonbehoefte van de kandidaat-huurder. Zo worden erkende vluchtelingen met bijkomende drempels geconfronteerd. Omdat ze het woonlandschap onvoldoende kennen, de taal nog niet beheersen en een onzeker inkomen hebben, is er nood aan bijkomende begeleiding. Degelijke begeleiding kan ook potentiële verhuurders over de streep trekken en vooroordelen ontkrachten.

Tot slot is er dringend nood aan afstemming tussen de staatssecretaris voor Asiel en Migratie en de ministers van Wonen en van Welzijn. Mensen in onzekerheid laten in opvangvoorzieningen, of verplicht laten uitstromen zonder alternatief, gaat regelrecht in tegen het grondrecht op wonen en komt de integratie niet ten goede.

Deze wooncrisis kunnen we enkel bezweren door samen te werken. Wij reiken de hand naar de beleidsmakers op alle niveaus. Zij hebben de plicht om doortastend op te treden voor alle mensen in woonnood. Een nieuwe winter staat voor de deur. Niemand, nieuwkomer of Belg, zou in de kou mogen staan.

Frederic Vanhauwaert, Netwerk tegen Armoede; Joy Verstichele, Vlaams Huurdersplatform; Nils Luyten, Orbit; Dirk Masquillier, Samenlevingsopbouw; Jozef Hertsens, Vlos; Charlotte Vandycke, Vluchtelingenwerk Vlaanderen; Lies Baarendse, Huurpunt; Anne Dussart, Caritas; Paul Pataer, Liga voor Mensenrechten; Wouter Van Bellingen, Minderhedenforum 

Woningnood bij asielzoekers: “Niemand wil verhuren aan mensen zoals wij”

Een op vijf erkende vluchtelingen moet langer in asielcentrum blijven

Door gebrek aan huisvesting moet een op de vijf erkende vluchtelingen noodgedwongen in het asielcentrum blijven, blijkt uit cijfers die Groen opvroeg. Organisaties op het terrein zien naar eigen zeggen steeds meer mensen op straat belanden. “De wooncrisis is acuut.”

Een donkergrijze accentmuur, een streep behangpapier en een frisse witte badkamer. Mohamed Dubl (29) en Amina Husein (28) proberen van hun krappe eenkamerstudio een nieuwe thuis te maken. Eén stoel, daar moeten ze het voorlopig mee doen. Maar het Syrisch koppel is al lang blij dat ze eindelijk een plek hebben gevonden.

Een jaar hebben ze moeten zoeken naar deze woning, en ze moeten er ruim de helft van hun leefloon van 1.150 euro voor neertellen. “Niemand wil verhuren aan mensen zoals wij”, zegt Mohammed. “Zeker dertig huizen zijn we gaan bekijken, maar nergens kregen we een fiat. We zijn opgelucht dat we dit hebben gevonden. Ons dochtertje van vijf is nog steeds in Aleppo. We hopen dat ze snel naar hier kan komen.”

In september vorig jaar kregen Mohamed en Amina hun erkenning, wat meteen betekende dat ze binnen de twee maanden het opvangcentrum konden verlaten. Uiteindelijk waren ze een van de gelukkigen die onderdak vonden in de opvang van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW). Heel wat anderen belanden volgens hulporganisaties noodgedwongen op straat.

Kop in het zand

Uit cijfers die Groen kreeg van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) blijkt dat een op de vijf vluchtelingen langer in het asielcentrum moet blijven. Volgens Kamerlid An Moermans (Groen) komt dat omdat de Vlaamse regering hier geen werk van maakt. “Liesbeth Homans (Vlaams minister van Wonen, red.) is de minister van de stilstand. Door deze stilstand vinden niet alleen erkende vluchtelingen geen woonst – een deel woont zelfs in daklozencentra – maar worden ook de arme Vlamingen opnieuw de dupe.”

Een situatie die organisaties zoals Netwerk tegen Armoede, het Vlaams Huurdersplatform of Samenlevingsopbouw maar al te goed kennen. In een opiniestuk roepen ze de bevoegde beleidsmakers op snel een einde te maken aan deze wooncrisis. Dat minister Homans enkele maanden geleden verkondigde geen weet te hebben van huisvestingsproblemen voor erkende vluchtelingen, stoot hen tegen de borst. “Met de kop in het zand is het moeilijk oplossingen zien”, klinkt het.

‘Eenmaal ze hun erkenning hebben, denken ze dat hun leven hier echt kan beginnen. Maar in realiteit begint een helse zoektocht naar een woonst’

CINDY VERCRUYSSEN, VLUCHTELINGEN ONDERSTEUNING SINT-NIKLAAS

Want naarmate steeds meer erkende vluchtelingen op de woningmarkt terechtkomen, wordt het voor alle kwetsbare groepen almaar moeilijker onderdak te vinden. Voor hulpverleners zit er vaak niks anders op dan te ‘gaan leuren’ met families bij huisbazen, om toch maar te vermijden dat mensen op straat belanden.

“Toen ik in februari begon met deze job, had ik de indruk dat het toch iets makkelijker was om een woning te vinden voor mensen”, zegt Cindy Vercruyssen van Vluchtelingen Ondersteuning Sint-Niklaas. “Dan vond ik wel huurders die bereid waren om vluchtelingen in hun woningen onder te brengen. Nu lijkt die groep als het ware uitgeput. De wooncrisis is echt acuut. Een op de vijf vluchtelingen die in het asielcentrum moet blijven? Volgens mij is dat zelfs een grove onderschatting.”

Voor vluchtelingen zit er in vele gevallen niks anders op dan veel geduld uit te oefenen en op zoek te gaan naar goeie zielen die hen een slaapplaats willen geven. “Natuurlijk is dat frustrerend”, zegt Vercruyssen. “Eenmaal ze hun erkenning hebben, denken ze dat hun leven hier echt kan beginnen. Maar in realiteit begint er een helse zoektocht naar een woonst. Soms vinden we helemaal niks.”

Er zijn vele redenen waarom verhuurders niet staan te springen voor erkende vluchtelingen. “Zo vrezen ze dat hun woning opeens bevolkt zal worden door tien man, terwijl er amper plaats is voor twee”, legt Vercruyssen uit. “Soms is die vrees ook terecht, maar dat komt omdat de regelgeving rond gezinshereniging helemaal nog niet op punt staat. Als twee mensen een huurcontract tekenen, zijn ze verplicht dat uit te maken, zelfs als de rest van hun gezin hier later arriveert.”

Hete aardappel

Om het probleem ten gronde aan te pakken, stelt Groen voor om met de Commissie Wonen van het Vlaams Parlement en de Commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer een gezamenlijke bijeenkomst te beleggen en de bevoegde regeringsleden te ondervragen. “Op die manier kunnen ze de hete aardappel niet langer naar elkaar doorschuiven. En als parlementsleden van beide niveaus kunnen samenkomen en overleggen, moeten Francken en Homans dat ook kunnen”, besluit Moermans.

Het kabinet van minister Homans benadrukt dat er heel wat wordt gedaan voor een sterkere private maar ook rechtvaardige sociale huurmarkt. “Maar we bekijken de woonmarkt in zijn totaliteit. Daarom dat onze ondersteuningsmechanismen zich ook telkens tot de hele bevolking richten en niet specifiek tot bijvoorbeeld erkende vluchtelingen.”